18. mei, 2015

Laf joe!

Buuf heeft ’gedoe’. Met ’die gasten van de zorg’. Het ging helemaal niet goed met Sjarena. Roy moest misschien uit huis worden geplaatst. ’Maar Roy is natuurlijk al uit huis want hij woont hier,’ redeneert Buuf.
Ik zie een verrassende helderheid in haar redenatie.

Of Sjarena een kind wilde? Zo eenvoudig was dat niet. Sjarena wilde aandacht of dacht dat het zo moest of had er niet echt een omlijnd idee bij behalve dat ze het kon. De vader van Roy was nog voor aanvang eigenlijk al uit beeld. Roy hoor je er nooit over. De vader van Sjarena en Sjanella kon heel agressief zijn. ’Niet dat hij agressief wàs maar het zat niet goed in zijn hoofd’, zegt Buuf, ’en daardoor deed hij agressief.’

Hij heeft er zelf een einde aan gemaakt. Allebei zijn dochters zijn erfelijk belast. Sjanella erfde de agressieve buien en Sjarena de pillen, de Wajong en de scooter van de gemeente. 
Toen Roy kwam, bracht ze de baby naar haar moeder. En daar is hij gebleven, op een paar halfslachtige pogingen van Sjarena na om toch voor hem te willen zorgen. Al na een week stond Roy zelf bij zijn oma op de stoep. Het leek hem beter, voor iedereen, als hij bij haar bleef. Buuf zuchtte, vloekte, verschoof de gloeiende stengel in haar mond van links naar rechts en trok hem aan zijn oor naar binnen.
’Als je je maar gedraagt’ blafte ze hem toe.

Sjarena heeft nog twee kinderen. Die wonen wel bij haar. De vader van die kinderen heeft ook nog een ander gezin maar regelmatig parkeert hij zijn donkerblauwe volkswagen Golf bij ons in de voortuin. Zijn gouden tand glinstert, zijn ogen staan blijmoedig. Er brandt veel licht in ook al lijkt er niemand thuis. Hij zwaait vriendelijk, sjouwt met boodschappen voor Buuf en heeft een aangename papa-Joe stem.

Roy kijkt het allemaal maar aan. Hij is vijf jaar ouder dan zijn halfzus en staat los van zijn moeder, die twee caramelkleurige kinderen en de chocoladekleurige papa-Joe.
Hij heeft Harm. Harm is de vriend van Buuf.
Harm is voetbaltrainer, ergens in de veertig en vertegenwoordiger. Hij woont nog bij zijn ouders thuis. Het leeftijdsverschil tussen Buuf en Harm is ongeveer twintig jaar. Harm rookt niet en drinkt alleen cola. Hij lijkt een beetje op Frans Boer. Hij neemt Roy op sleeptouw en moedigt hem aan. Hij brengt hem thuis na de training en roept vanuit zijn auto tegen de smalle, in nylon gestoken rug: ”ik hou van jou, hè, daweeetje, hè!”

Roy hoort dit minimaal twee keer in de week.
Op schooldagen zwaait Buuf hem uit, sinds hij de leeftijd heeft om op de fiets te gaan. Roy, nors, stug maar met vet gestylde kuif en pas gestreken trainingspak, stapt op zijn fiets.
Vanuit de deuropening roept Buuf: ”Laf joe! Roy, laf joe!”
Dat doet ze elke schooldag.

Er was een winter waarin Buuf zo kwaad werd op Roy dat ze hem in de achtertuin liet staan. Niet heel lang. Maar lang genoeg om zijn woedende huilen te doen overgaan naar een intens verstikt gesnik. Roy was toen zes of zeven. Hij had zijn ondergoed aan en zijn sokken. Zijn benen en armen waren rood van de kou.
Uiteindelijk trok Buuf hem onder groots gescheld mee naar binnen. Daar brulde Roy terug en dat ging nog eventjes door. Een half uur later liepen ze samen naar de auto van Buuf en bracht ze hem naar school. Roy keek nors, Buuf rookte. Maar dat doen ze altijd.

Ik had vage gedachten over wanneer onmacht onherroepelijk pijnlijk wordt en liefde niet altijd genoeg is.
 Maar ze zegt het tegen hem. Elke dag. Al vijf jaar lang.
Daar smelt sneeuw van.